Het oudste wetenschappelijke tijdschrift van Nederland, het Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis (NAK), gaat op de schop. Het tijdschrift dat onder verschillende aanduidingen sinds 1829 bestaat, gaat zich weer op het brede, nu internationale publiek richten en zal daartoe dit jaar een publiciteitscampagne starten.
Ook de naam verandert. De vroegere ondertitel Dutch Review of Church History (DRCH), die sinds 2003 als hoofdtitel gevoerd werd, verandert nu in Church History and Religious Culture (CHRC). Duidt de nieuwe titel op een koerswijziging? Hoofdredacteur Wim Janse, bijzonder hoogleraar reformatiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit en als kerkhistoricus verbonden aan de Universiteit Leiden, licht toe: "Die nieuwe naam is inderdaad een bewuste perspectiefverbreding. Kerkgeschiedenis is vanouds een discipline-aanduiding en omvatte altijd al meer dan de geschiedenis van de christelijke kerken, maar met de term "religieuze cultuur" willen we duidelijk aangeven dat we aansluiten bij de nieuwere ontwikkelingen in het vak."
In feite keert het "Archief", zoals de naam tientallen jaren in de wandelgangen luidde, terug naar de oude tijdschriftformule. In de twintigste eeuw verschenen er telkens twee afleveringen per deel. De delen vielen overigens niet altijd volledig samen met jaargangen; de zogenaamde "nieuwe serie" was begonnen in 1900-1902, maar tot op heden zijn er niet meer dan honderd, doch slechts 85 delen uitgekomen. In 2000 werd de verschijningsfrequentie verhoogd tot drie afleveringen per jaar, maar al in 2003 besloot uitgever Brill er een jaarboek van te maken. De omvang nam toen overigens nogal toe: de drie sindsdien verschenen jaarboekafleveringen telden allen rond de zeshonderd bladzijden.
Het vernieuwde CHRC wordt een kwartaaltijdschrift, waarbij elke aflevering ongeveer 150 bladzijden zal tellen. Een deel of jaargang zal dus ongeveer 600 bladzijden bevatten. Hoofdredacteur Wim Janse: "Maar als het geaccepteerde aanbod groter is, mogen we meer issues, afleveringen dus, maken; we hoeven ons niet tot een maximumaantal pagina's per jaar te beperken". De artikelen zullen overeenkomstig de praktijk van de laatste jaren uitsluitend in het Engels verschijnen, maar recensies kunnen ook in het Duits of Frans gesteld zijn.
Wim Janse: "2006 wordt om praktische redenen een overgangsjaar. We hadden namelijk al een thematische bundel gepland, naar aanleiding van een Gronings congres over The Encroaching Desert. Egyptian Hagiography and the Medieval West." Dat nummer, waarvoor Mathilde van Dijk van de Rijksuniversiteit Groningen en de vorig jaar in Groningen gepromoveerde Jitse Dijkstra, die nu verbonden is aan de University of Ottawa, als gastredacteuren optreden, gaat de afleveringen een tot en met drie van deel 86 vormen. 86/4 wordt dan een afzonderlijke aflevering. En in 2007 gaat het tijdschrift dan echt volgens de nieuwe kwartaalformule van start.
Editor-in-Chief Wim Janse: "De policy-wijziging is niet denkbaar zonder Hendrik van Leusen, de nieuwe man bij Brill voor vroegmoderne en moderne geschiedenis. Hij is een gedreven specialist, die zich volledig voor ons tijdschrift inzet en ook intern bij Brill de goedkeuring voor ons "relaunch plan" gekregen heeft. Brill wil DRCH/CHRC graag als toptijdschrift in de discipline houden en investeert daartoe ook financieel substantieel."
Het jaar 2006 zal worden gebruikt voor een publiciteitscampagne op de Amerikaanse markt. Met name voor individuele abonnees gaan de prijzen enorm naar beneden. Individuele lezers zullen ongeveer 50 euro voor een jaargang gaan betalen en leden van kerkhistorische genootschappen over de hele wereld, zoals het Kerkhistorisch Gezelschap in Nederland, zullen niet meer dan zo'n 38 euro hoeven neer te leggen. Bibliotheken en instellingen zullen conform de huidige lijn ongeveer 200 euro moeten overmaken.
Er komt een nieuwe redactie. Leden van de kernredactie (Editorial Board) worden onder andere Judith Pollmann (Universiteit Leiden, vroegmoderne geschiedenis), Bas ter Haar Romeny (Universiteit Leiden, vroeg en oosters christendom), Theo Clemens (Antwerpen en KTU Utrecht, katholieke geschiedenis en modern christendom). Wim Janse blijft hoofdredacteur. Daarnaast komt er een brede internationale redactie (Editorial Committee), waartoe zo'n 20 tot 25 religiehistorici uit Europa en Noord-Amerika toetreden (of aanblijven vanuit de huidige redactie). Wim Janse is van plan om geregeld gastredacteuren uit te nodigen voor het maken van thematische afleveringen. Ook de lay-out wordt in continuïteit met huidige aangepakt.
Wat nu Church History and Religious Culture heet, werd in 1829 opgericht door de Leidse hoogleraar N.C. Kist en zijn Utrechtse collega H.J. Royaards onder de naam Archief voor kerkelijke geschiedenis, inzonderheid van Nederland. Het tijdschrift verscheen toen bij uitgeverij S. en J. Luchtmans in Leiden. Diverse keren zou de naam veranderd worden en lange tijd werd de uitgave verzorgd door de Haagse uitgever Nijhoff, maar sinds 1967 (deel 48) verschijnt het tijdschrift bij Brill in Leiden en dat is de rechtstreekse opvolger van de firma Luchtmans. Vele grote namen uit de Nederlandse kerkgeschiedenisbeoefening - W. Moll, J.G. de Hoop Scheffer, J.R.G. Acquoy, H.C. Rogge, A.W. Wybrands, F. Pijper, A. Eekhof, J. Lindeboom, J.N. Bakhuizen van den Brink, M. van Rhijn, C.C. de Bruin, W.F. Dankbaar, D. Nauta en anderen - behoorden tot de redactie. Pas in 1966 trad een katholiek tot de redactie toe: J.C.P.A. van Laarhoven. Tijdens zijn lezing over "Het draagvlak voor de beoefening van de kerkgeschiedenis in Nederland", waarmee de activiteiten van de Verenging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis in 1989 in Gouda van start gingen, refereerde prof. dr Otto J. de Jong uitgebreid aan de beginjaren van het "Archief". Het tijdschrift is zelf inmiddels een geschikt voorwerp voor kerkhistorisch onderzoek.
Vanaf 1941 verzorgde de redactie ook de boekenreeks Kerkhistorische Studiën behoorende bij het Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis. In 1970 werd begonnen met een nieuwe reeks boeken: de Kerkhistorische Bijdragen, sinds 2004 Brill's Series in Church History geheten. Na enkele jaren van stagnatie verschijnen er sinds 2002 weer geregeld nieuwe werken. Het laatste deel was de uitgave van Abraham Kuyper's Commentatio (1860) door Jasper Vree en Johan Zwaan. Nieuwe delen, alle in het Engels, staan op stapel, vertelt Janse.